Archief voor de categorie 'Boeken'

Alles is verlicht, Jonathan Safran Foer

allesisverlicht Mijn ‘all time favourite boek’ is nog steeds de tweede roman van Foer. Dat maakte mij benieuwd naar zijn eerste roman. Foer schreef dit boek al in 2002, ik had het zelf al een tijdje op m’n boekenplank liggen en begin van deze zomer (op m’n terrasje met zicht op de duivenvallei in Cappadocië) eindelijk de tijd genomen het te lezen en nu in de keuken van ons vakantiehuisje in Toscane, eindelijk de tijd genomen om erover te bloggen. Wie zei er ook weer dat je de tijd niet meer kunt inhalen?

De schrijver reist als hoofdpersonnage naar Oekraïne op zoek naar Augustine, de vrouw die zijn grootvader uit de handen van de nazi’s zou gered hebben. Hij wordt op z’n reis vergezeld van Alex, een jonge tolk, wiens Engels redelijk onbeholpen klinkt en wat vaak tot hilarische passages leidt… Eigenlijk had ik het boek in ‘t Engels moeten lezen, maar de vertaler heeft keurig werk gedaan om de humor erin te houden. Ook de humeurige grootvader van Alex reist mee, als chauffeur van de taxi.

Twee verhaallijnen lopen door elkaar, Jonathan vertelt de geschiedenis van zijn familie, vanaf zijn betbetbetovergrootmoeder die als jong meisje in 1791 uit de rivier de Brod wordt gered… tot en met de verschrikkingen die de Joden destijds van de nazi’s tijdens WOII hebben moeten ondergaan.

Daarnaast schrijft Alex, in zijn grappige ‘Engels’ het verhaal over de ‘donquichotachtige’ zoektocht doorheen het Oekraïnse platteland naar Augustine en lees je passages uit de briefwisseling tussen beiden, waar Alex de teksten van Jonathan wat naar z’n hand tracht te zetten. De verhaallijnen komen op het einde keurig bij elkaar, hetgeen dit boek een uitzonderlijke kracht geeft.

Niet alleen stilistisch maar ook vormelijk is het boek opmerkelijk, als de getuigenis van Alex’ grootvader naar z’n climax loopt verdwijnendeleestekensenzelfsdespaties waardoor het duidelijk wordt dat grootvader het moeilijk heeft met het vertellen over de verschrikkingen van de holocaust. Interessant om zien hoe Jonathan Safran Foer de structuur èn de vorm van zijn schrijven de inhoud laat versterken.

Graz, Bart Moeyaert

grazIk zag eerst de fiets en pas daarna het meisje. Ze lag op haar rug met haar armen naast haar hoofd, alsof ze zich onder het vallen had overgegeven, en haar benen lagen als in een tekenfilm, klaar om van haar weg te lopen. In haar nek zat een knik. Haar gezicht keek de kant op van Hürlimann, maar ze had haar ogen dicht. Ze was dood, daarvan was ik overtuigd.

Met deze passage start het verhaal van Herman Eichler wiens eentonige leven een wending neemt als hij uit zijn apotheek stapt voor een avondwandeling en merkt dat er net voor zijn deur een dodelijk ongeval is gebeurd…

Dit boek heb ik heel graag gelezen. Bart Moeyaert hanteert een eenvoudige maar beeldrijke taal. Ik was al gefascineerd toen ik enkele weken geleden Frank Vercruyssen van STAN de eerst alinea zag brengen in Stukken. Een aanrader. Zie ook de trailer van het boek.

Godverdomse dagen op een godverdomse bol, Dimitri Verhulst

godverdomsedagen

Ben eindelijk door dit boek geworsteld. Ben een fan van Dimitri Verhulst, maar niet van dit boek. De geschiedenis van de mensheid in minder dan tweehonderd pagina’s heeft me niet kunnen bekoren. Daarvoor staat het te vol van gemeenplaatsen. Geef mij maar “Mevrouw Verona daalt de heuvel af” of de “Helaasheid der dingen” …

In ongenade, J.M. Coetzee

 

inongenadejmcoetzee2Dit boek stond al een tijdje op m’n leesplank en tijdens de kerstvakantie kwam ik er eindelijk toe het te lezen.

David Lurie, professor aan de Kaapse universiteit, doceert poëzie en door een romantische affaire met een studente, raakt hij in opspraak en wordt hij gedwongen oneervol ontslag te nemen aan de universiteit. Hij trekt zich terug op de afgelegen boerderij van zijn dochter in de Oostkaapprovincie, in de hoop enig evenwicht in zijn leven aan te brengen. 

Het tij keert echter in Zuid-Afrika en het geweld neemt toe. En hij wordt samen met zijn dochter het slachtoffer van een gewelddadige overval op de boerderij…

Het verhaal sprak me heel erg aan. Enerzijds door Coetzee’s sobere doch zeer beeldende stijl. Het verhaal beklijft en legt de broze relatie bloot tussen de ouder wordende David Lurie zijn onafhankelijke dochter Lucy. Anderzijds toont het de meedogenloosheid van het geweld in Zuid-Afrika.

J.M. Coetzee schreef  ’Disgrace‘ (de originele titel) reeds in 1999 en won er toendertijd de Booker Prize mee. In 2003 won hij ook de Nobelprijs literatuur.

Bastaard, het verhaal van een Brusselaar

In dit vlot geschreven boek, schetst Sven Gatz een mooi portret van Brussel. Doorheen de verhaallijn van hoe hij en zijn familie in Molenbeek en Berchem opgroeide, lees je over de geschiedenis van Brussel en Sven Gatz’ verfrissende toekomstvisie op een stad die ook mij, als inwijkeling, steeds meer beroert.

Hij beschrijft hoe de Brusselaar, mede door jaren van kaalslag en wanbeleid van Van Den Boeynants en consoorten, nog steeds bang is van grote stedenbouwkundige projecten. Hij pleit voor meer ambitieuze architecturale projecten in Brussel, een internationale uitstraling waardig, uiteraard binnen een planmatige aanpak, waar ook aandacht is voor woonfuncties.

Blz 116: “Architectuur is belangrijk voor een stad, het geeft de stad een bakkes, une gueule, maar ook een gevoel en een ritme.”  Blz 118: “Het wordt dringend tijd dat Brussel, naast wereldberoemde gotische en art-nouveaugebouwen, ook de uitdaging aangaat een referentiepunt in de hedendaagse architectuur te worden.”

 Ik kan het alleen maar volmondig onderschrijven. We mogen best wat ambitieuzer zijn met Brussel. Lees ook.

Pallaksch, Pallaksch door FST (2)

Het was een succes. De acteurs (Linda Aerts, Heidi Braeken, Wilfried Croux, Jeroen Dehollogne en Bart Haest) van FST (het huis-theatergezelschap van Villa Basta in Houthalen) hebben het ook in onze brusselse woonkamer uitstekend gedaan. Meerdere gasten werden overtuigd om het prachtige boek “Extreem luid en ongelooflijk dichtbij“ van Jonathan Safran Foer te gaan lezen. Nu u nog…

Mevrouw Verona daalt de heuvel af, Dimitri Verhulst

Een hartverwarmend boek over de stokoude Mevrouw Verona die op een gure winterdag de heuvel van Oucwègne afdaalt, bij de rivier gaat zitten wachten op haar dood, ondertussen terugblikt op haar leven en zich de gelukkige momenten herinnert van haar grote liefde, de veel te vroeg gestorven Meneer Pottenbakker…

Een mooie passage op blz. 34 vanwege de stervende Meneer Pottenbakker:

Ik zou willen dat je niet wacht als mijn moment daar is. Je mag me nog even onderstoppen, maar ook niets meer dan dat. En als je tijdens dat mij onderstoppen ook nog heel lief lacht zal ik jouw geveinsd geluk jou voor die keer toch wel vergeven.

Ga niet naast bed de wisselvallige intervallen van mijn al rotte adem tellen. Houd mijn hand niet vast die als een want zal worden neergelegd en waarin eens mijn hand gezeten en naar die van jou gegrepen had. Luister niet hoe het in mijn bast beestachtig bonkt en reutelt, hoe de kanker daar snel nog even aan mijn botten sleutelt en kijk niet in mijn ogen die gebroken in hun kassen zich aanpassen aan het aardedonker van wat geen nacht zal zijn.

Laat mij achter in die kamer. Alleen. Want wij twee mogen enkel van het leven zijn.

Wees zo goed deze banaliteit te negeren en ga, naar beneden, de tuin in. Hang er je jurken aan de wasdraad en ik zal kijken door het raam hoe zij mij salueren in de wind. Bak bijvoorbeeld ajuinen, en laat ze enorm bruinen in de boter, zodat ik ze ruiken kan tot boven en denken: ‘Mijn God, wat kookt zij goed!’

Maar als ik de macht nog in mijn benen heb, en daar hoop ik op, zal ik me vastklampen aan de trapleuning die ik eigenlijk nog eens vernissen moest, en zeggen: ‘Ik ben al boven, schat, tot straks.’

Extreem luid & ongelooflijk dichtbij, Jonathan Safran Foer.

Ik heb dit boek onlangs leren kennen via een voorstelling door FST, en nu tijdens de vakantie bijna in één ruk uitgelezen. Dit is ongetwijfeld het meest intrigerende boek dat ik de voorbije jaren gelezen heb. Jonathan Safran Foer vertelt het verhaal van de 9 jarige Oscar die z’n vader verliest op 9/11 en in New York op zoek gaat naar het slot dat bij een mysterieuze sleutel past die hij gevonden heeft in een blauwe vaas in de kast van z’n overleden vader. Zo probeert hij dichter bij zijn pa te komen en betekenis te geven aan diens zinloze dood. Het boek ontroert en vertedert. Oscar is vindingrijk, zit vol fantasie en is 

uitvinder, sieradenontwerper, sieradenmaker, amateur-entomoloog, francofiel, veganist, origamist, pacifist, slagwerker, amateur-astronoom, computerdeskundige, amateur-archeoloog, verzamelaar van zeldzame munten, vlinders die een natuurlijke dood zijn gestorven, … en nog veel meer… (blz. 112).

Er is de grootmoeder die tegenover woont en de opa die 40 jaar geleden weggegaan is… het bloedige bombardement in Dresden… de moeder en haar vriend Ron, en enkele New Yorkers die Oscar helpen de sleutel te vinden. De verhaallijnen wisselen elkaar af en de typografie en de illustraties slepen je mee in dit ingenieuze verhaal. Bij het lezen van de laatste pagina smaakt het nog naar meer…

Zodra ik terug thuis ben, ga ik op zoek naar Foers debuutroman “Alles is verlicht”. En ik bestel de huiskamervoorstelling van FST bij ons in Brussel ergens eind oktober.

Pallaksch, Pallaksch door FST

 

Extreem luid en ongelooflijk dichtbij“, van Jonathan Safran Foer, inspireerde FST (het huis-theatergezelschap van Villa Basta in Houthalen) tot een huisvoorstelling, die ze afgelopen zaterdag speelden in de living van onze goeie vrienden Josephine en Wim. Het publiek neemt plaats op kriskras door elkaar geplaatste stoelen en de jongens en meisjes van FST spelen het stuk letterlijk tussen de mensen. Dat leidt tot een mooie spanning en leuke interventies waar de ene acteur iemand van het publiek naast hem als medium neemt om te spreken met zijn andere tegenspeler, en vice versa. We hebben er erg van genoten en prompt besloten het gezelsschap bij ons in Brussel ook eens uit te nodigen. Dat zal dan voor dit najaar zijn. Ik kijk er alvast naar uit, maar eerst nog even het boek lezen…

Pelgrimeren op oneindig, Sigiswald Kuijken en Marleen Thiers

In tegenstelling tot wat Lannoo’s titel “Op de Jakobsweg” doet vermoeden, is het boek geen reisreportage over de Camino de Santiago. De ondertitel “Pelgrimeren op oneindig” doet dit boekje meer eer aan. Twee getuigenissen, twee zoekende mensen, enerzijds Marleen Thiers die dankzij haar geloof en meditatie komt tot het overwinnen van haar ingeboren doodsangst. Anderzijds Sigiswald Kuijken, die als ongelovige pelgrimeert en evolueert naar het geloof. Beiden ervaren ze dat de mens door mystiek in contact kan komen met zijn persoonlijke, binnenste God.

De volgende passage van Sigiswald stipte ik aan:

“Een pelgrimsroute betreed je als pelgrim niet zonder een bepaald geloof in je binnenste mee te dragen. Dat kan heel concreet christelijk zijn, misschien zelfs letterlijk aansluitend bij de Jakobslegende, maar evengoed kan het gebeuren dat iemand op weg gaat die zijn confessionele geloofszekerheden geheel of grotendeels achter heeft gelaten en zoekende is, intussen door geheel andere spirituele horizonten aangetrokken. Zo lijkt mij ook dat atheïsten en nihilisten zoekende zijn. Anders zouden ze niet tot hun respectieve conclusies, atheïsme of nihilisme, zijn gekomen. Ergens leeft in de mens steeds een ‘geesteszorg’, van welke aard ook. De mens is per definitie een denkend en dus een zoekend wezen.”

Hier kan je hun getuigenissen ook beluisteren.

Volgende Pagina »


Tweets

Kalender

november 2009
M D W D V Z Z
« Okt    
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
30  

Categorieën

Blog Stats

  • 29,589 hits