Ik hoor niet tot het slag van mensen die op een verkalkte manier kijken naar Brussel en naar de positie van de Vlamingen in Brussel. Ik kan mij inbeelden dat heel wat Vlaamse ‘oudstrijders’ in de voorbije decennia hard hebben geijverd voor de positie van het Nederlands in Brussel. En heb daar ook respect voor. Veel respect eigenlijk. Uiteraard moeten de afgesproken regels in onze hoofdstad gebetonneerd blijven. En hoeven ze mijn inziens ook niet te veranderen. Nageleefd enkel. Toch vind ik het Nederlands-Frans debat in Brussel vaak achterhaald. Ik zie en hoor nog veel mensen die vanuit de oude loopgraven denken en in functie daarvan hun visie bepalen. Onlangs nog hoorde ik: “Brussel internationaal uitbouwen? Wacht efkens. Laat ons er maar eerst voor zorgen dat Brussel nationaal wordt uitgebouwd en de regels voor de Vlamingen gerespecteerd worden.” Zo komen we er nooit natuurlijk. Als we eerst van alle Franstaligen (en voor de volledigheid van alle anderstaligen in deze stad) verwachten dat ze het Nederlands leren, dan kunnen we uiteraard nog lang wachten.
Ik hou van Brussel smeltkroes. We zijn in Brussel komen wonen omdat we het in de rand nog vis nog vlees vonden. En ons cultureel leven vooral op Brussel gericht was. We wonen in een straat met veel nieuwe jonge Vlaamse gezinnen en enkele ‘oudstrijders’, naast Franstaligen en ook enkele ‘nieuwe Belgen’.
Ik hou van Brussel als ‘trait-d’union’ tussen Vlaanderen en Wallonië. Maar wil toch vooral vooruitkijken. Naar de toekomst. Een toekomst waar uiteraard ééntalige Vlamingen en wellicht ook ééntalige Franstaligen steeds meer in de minderheid zullen zijn, ten voordele van een bonte smeltkroes van andere culturen. De vraag is, hoe gaan we ons beter organiseren? Beter organiseren om het leven voor al die er wonen (en hier komen wonen) aangenamer, verrijkend en veilig te maken.
In ieder geval, door vooruit te kijken en bruggen te slaan. Niet door achteruit te kijken. Brussel moet een broedplaats zijn. Waar Vlamingen en Franstaligen elkaar ontmoeten en de stad op een gastvrije manier organiseren voor alle Brussel-minnaars, of ze er nu wonen, aankomen pendelen of uit de rand komen afzakken. Maar ook voor het groeiend aantal internationalen, Europeërs, diplomaten, nieuwe Belgen enz… Gastvrijheid ook voor hen. Moeten we ook van hen verwachten dat ze Nederlands of Frans leren? Of willen wij ons venster ook naar hun wereld openzetten?
En kan dat venster dan ook dienen als toegangspoort voor het hinterland? Of gaat men daar opnieuw prikkeldraad rond zetten? Het terrein afbakenen? Morzels grond verdedigen?
Ambitie en kwaliteit voor Brussel en de Brussel-lovers. Dàt zou de leidraad moeten zijn. Niet minder. Niet meer ook eigenlijk, als je het zo bekijkt.
(Geïnspireerd door Jari’s speech, t.g.v. de uitreiking van de erepenning Albert De Cuyper)














Recente reacties